Over Henk
Liefde, verlies, bewustzijn en de blijvende zoektocht naar betekenis.
Hendrik Seegers, geboren in 1965 in Weesperkarspel rond middernacht, kijkt zijn hele leven al op een bijzondere manier naar de wereld. Niet zozeer als buitenstaander, maar als iemand die vaak verder kijkt dan wat aan de oppervlakte zichtbaar is.
In school, vriendschappen, werk en relaties zag en voelde hij regelmatig verbanden en nuances die voor anderen minder vanzelfsprekend leken. Die manier van kijken is in de loop van zijn leven steeds sterker onderdeel geworden van wie hij is.
Op 18 september 1998 verloor Hendrik zijn dochter Daniëlle. Dat verlies vormde een van de diepste breuklijnen in zijn leven. Het veranderde niet alleen zijn dagelijks bestaan, maar ook zijn verhouding tot tijd, liefde, afscheid en de vraag wat er overblijft wanneer iemand sterft.
Ook het overlijden van zijn moeder raakte hem diep. De verliezen van Daniëlle en zijn moeder brachten hem steeds dichter bij dezelfde fundamentele vraag: waar blijft een mens wanneer het lichaam er niet meer is?
Voor Hendrik werd de vraag naar het voortbestaan van bewustzijn daardoor geen theoretische of filosofische kwestie, maar een persoonlijke zoektocht, geboren uit liefde en verlies.
In 2016 maakte Hendrik een ingrijpende bijna-doodervaring mee. Hij beschrijft dat hij zijn lichaam verliet en een overgang naar een andere staat van bewustzijn ervoer. Hij ontmoette daar iets wat hij als God heeft ervaren en kreeg het gevoel dat zijn tijd nog niet gekomen was.
Hij zegt te hebben ervaren dat bewustzijn niet ophoudt bij het fysieke lichaam en dat deze ervaring zijn kijk op leven en dood blijvend heeft veranderd.
Later kwam hij opnieuw op een punt waarop het leven voor hem zo zwaar werd dat hij niet meer wilde leven. Hij beschrijft dat hij opnieuw stierf, dit keer in de armen van een vrouw, en weer terugkwam.
Juist in die ervaring keerde de vraag naar Daniëlle terug. Waar was zij, waar was haar ziel, en zou hij haar ooit weer terugzien?
Volgens zijn eigen beleving kreeg hij daarop het antwoord dat hij haar in een volgend leven weer zou terugzien. Hendrik presenteert dit niet als iets wat anderen moeten geloven, maar als een ervaring die voor hem betekenis heeft gekregen en hem hielp om verlies en vragen rond de dood op een andere manier te dragen.
Zijn overtuiging dat bewustzijn meer omvat dan alleen het fysieke lichaam werd daardoor sterker.
Ook later maakte hij periodes mee waarin zijn gedrag en beleving werden geduid vanuit de psychiatrie. Tegelijkertijd speelden lichamelijk geweld tegen zijn hoofd en een heftige reactie op medicatie een belangrijke rol.
Die combinatie heeft hem diep laten nadenken over hoe mensen elkaar beoordelen en hoe gemakkelijk iemands verhaal wordt geïnterpreteerd vanuit slechts een deel van de werkelijkheid.
Misschien is dat wel de rode draad in zijn leven geworden: blijven kijken wanneer anderen al denken dat ze weten wat ze zien.
En soms, heel klein, in een blik in iemands ogen of een onverwacht gesprek, krijgt hij opnieuw dat gevoel dat er achter de zichtbare werkelijkheid nog een andere laag bestaat.
Zijn zoektocht gaat daarom nog steeds door. Hij wil blijven onderzoeken, ervaren en delen, niet om anderen te overtuigen, maar om woorden te geven aan wat hij zelf heeft meegemaakt.
Zijn levensverhaal is uiteindelijk geen verhaal met alle antwoorden, maar een verhaal over liefde, verlies, bewustzijn, geloof en de blijvende zoektocht naar betekenis.
En misschien begint de belangrijkste vraag niet bij wat we weten over het leven, maar bij wat we nog niet weten over de dood.